Een debat over samenwerking in de nieuwe muziek
5 maart 2010
Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven
Dit debat vond plaats tijdens Cross-linx 2010
verslag door: Patricia Werner
Dagvoorzitter Janneke van der Wijk (directeur MCN) opent en geeft nogmaals aan dat de deelnemers samen moeten kijken naar de mogelijkheden hoe nu verder te gaan; niet noodzakelijk iedere keer in de vorm van debat. Tijdens de vorige bijeenkomst (13-11-2009 in Den Bosch) kwamen veel mooie voorbeelden aan de orde. Maar het idee dat sommigen zelf uniek willen zijn in hun programmering, leidt bij haar tot de vraag of wij niet samen uniek kunnen zijn.
In dat verband wil Ruud van Eeten zijn opmerkingen van de vorige keer nuanceren. Zijn streven naar uniciteit is bedoeld om te vermijden een muzieksupermarkt te worden.
Gabriël Oostvogel geeft aan dat het erom gaat een merk neer te zetten en enkele proposities te geven aan het publiek. Het hoeft allemaal niet zo tegenstrijdig te zijn. Maar blijf je afvragen voor wie je het doet. Uniciteit als doel is goed als je er meer publiek mee bereikt. Wij zijn op de hoogte van elkaars evenementen, maar het publiek heeft er geen weet van.
Dat gegeven komt elke keer weer terug, dat er te weinig over het publiek is gedacht.
Paul Dijkema meent dat grote zalen de publiekstrekkers zijn en kleine zalen juist de plekken zijn waar nieuwe ontwikkelingen worden gepresenteerd. Zo’n platform is ook noodzakelijk maar het lijkt alsof die versnippering is ingebakken. De meeste concerten gaan nu slechts 1 of 2 keer.
Er zou meer overeenstemming moeten komen met meerdere zalen.
Een vergelijking wordt gemaakt met film en de zoektocht naar producenten. In een vroeg stadium is daar meer betrokkenheid. Dat zouden wij ook kunnen doen met betrekking tot 3rd spaces en het publiek.
Vanuit het publiek wordt opgemerkt dat zij, de musici/ensembles, concepten maken en foldermateriaal e.d. aanbieden en toch meestal voor een dichte deur komen te staan.
Ruud van Eeten vertelt rond de 30 concerten per jaar te organiseren. Per vergadering worden 30 à 40 voorstellen nauw bekeken, maar kiezen blijft een dilemma. Elk jaar het Ives Ensemble of juist iets onbekends?
Ook merkt hij op dat heel veel jonge talent heeft te maken met marktwerking. Als je voedingsbodem beperkt is, los je de korte termijnproblemen op.
Het is duidelijk dat Asko/Schönberg programma’s voor de grote zalen zijn; kleine producties zijn voor de kleine zalen bedoeld en daar is het aanbod gigantisch.
Elien Bil van het NFPK vertelt over de huidige subsidieregeling. Met geluk spelen gesubsidieerde voorstellingen ± 5 keer. De vraag is of ze in de kleine zalen van andere (niet louter muziek-) podia terecht kunnen, want deze podia zouden daar ook baat bij hebben.
Tijdens deze middag werden ook presentaties gegeven.
Eerste presentatie: Gerard Tonen (zakelijk directeur van het Zuidelijk Toneel – ZT). Gesubsidieerde toneel heeft te maken met
- De tijdgeest: alles wat nieuw is, is moeilijk
- Aanbod: 3000 à 4000 toneelproducties per jaar. Een gemiddeld theater heeft 300 dagen om te programmeren
- De kloof tussen theater en gezelschappen (producenten). Theaters worden vaak gerund door gemeenteambtenaren zonder artistieke achtergrond en passie.
Gerard Tonen schetst ook het ontstaan van het ‘nieuwe’ Zuidelijk Toneel. Dit gezelschap deed tournees door het hele land wat leidde tot ‘one night stands’; een te grote belasting voor de spelers. En in het begin brachten zij nieuw Nederlands repertoire voor de grote zalen, waar dan vaak maar 50 mensen op af kwamen.
Zij moesten iets slims verzinnen in de basisstructuur, gingen praten met schouwburgen uit de regio (het zuiden) en probeerden het probleem op te lossen met het afsluiten van een convenant. Het ZT zou voor iedere schouwburg in die regio het huisgezelschap worden en niet meer door het land reizen. Het ZT wil zich binden aan een publiek en dat doen ze met 1 grote voorstelling per jaar en veel kleine nieuwe dingen. Zoals bijv. het Theater Festival Hartstocht. Dat zijn 10 voorstellingen (en opdrachten voor 10 schrijvers). Hier kan het publiek een kijkje in de keuken nemen. Die ene grote jaarproductie genereert genoeg inkomsten om Hartstocht te financieren. De serie kleine voorstellingen spelen dan wel in de steden van het convenant. Dat levert veel op: speeldata, inkomsten, vruchtbare dialogen met afnemers en artistiek avontuur. Zo wordt ook voorkomen dat theater marginaal wordt.
Armeno Alberts pleit ervoor om een soort van basiseducatie te geven om het publiek te lokken naar nieuwe dingen die misschien moeilijker zijn dan ze gewend zijn. Waarom moet een publiek zowel naar lichte als zware voorstellingen?
Tweede presentatie: Johan Dorrestein over Radio Kootwijk Live.
Eerste een korte schets over het Nederlands Blazers Ensemble. In Amsterdam speelden ze voor uitverkochte zalen, in Groningen zaten er 100 mensen in de zaal. Ook Johan meent dat commitment het recept is tot succes. Zoals een Ensemble in Residence; dat kan verschillende partijen, bijv. ook muziekscholen, dichter bij elkaar brengen.
Radio Kootwijk Live is een initiatief van jong muzikaal toptalent dat op een nieuwe manier programmering van hedendaagse en klassieke muziek ontwikkelt en daardoor tegelijkertijd een publiek van generatiegenoten opbouwt.
De insteek van Radio Kootwijk Live komt vanuit de musici: Liza Ferschtman, Erik Bosgraaf, Miriam Overlach e.a. Deze jonge makers vroegen zich steeds af waarom hun generatiegenoten ontbraken bij concerten en ze gingen ook op zoek naar jonge professionals uit andere sectoren (zorg, ambtenarij, bedrijfsleven). Ze experimenteren met nieuwe vormen (tekst, beeld, etc) en zoeken contact met publiek, podia en conservatoria. Zij hebben een vorm gecreëerd die een wisselwerking oplevert tussen publiek en makers. Er is een chemie gaande die zich verder ontwikkelt. Een soort van laboratorium op de zondagavond. Er zijn al pilots geweest vorig seizoen. Deze formule van Radio Kootwijk Live leent zich goed voor festivals.
Want zo gaan ze te werk: In drie dagen wordt iets neergezet. Twee musici maken een plan (al of niet interdisciplinair), een blauwdruk op zondag. Op maandag komen publieksgroepen naar de voorstelling (zorg, ambtenarij, bedrijfsleven). Op dinsdagavond worden podia (beslissers) uitgenodigd om te komen; alles zonder affiches of flyers. Het is puur ‘word of mouth’.
Essentie van dit alles is iets te laten ontstaan; iets doen aan de vernieuwing van de muziekpraktijk. De discussie met podia is geheel open voor nieuwe ideeën en afspraken. Er zijn al 4 sessies geweest en dat leidde tot voorstellingen in Vredenburg, Muziekcentrum Eindhoven en het Muziekcentrum in Enschede,
Connecting Conversations is een netwerk van professionals in kunst, wetenschap en bedrijfsleven. De deelnemers zijn nieuwsgierig naar nieuwe onderlinge productieve verbindingen en willen de geijkte gesprek, vergader- en trainingsformules graag doorbreken. Het onderzoeken van de kunst van de nieuwe professional staat centraal. Op zoek naar geïnspireerde verandering en innovatie in verschillende vakgebieden zoeken zij in programma’s en het netwerk de confrontatie met werkwijzen uit de kunst. Dit is een initiatief van het Walter Maas Huis, ook nauw gelinkt aan Radio Kootwijk Live.
Marije Nie (tapdanser) vertelt over haar ervaringen bij Radio Kootwijk Live. Hoe bouw je een netwerk op en hoe hou je dat vast? Uitwisselingen gebeuren zodra je gaat praten vanuit je eigen discipline of werk. Banden maken met publiek, podia wetenschappers, etc… De bedoeling is om een olievlek te zijn om artistiek leiderschap en ondernemerschap te trainen. Dan merk je dat het meer is dan een voorstelling maken. Feedback sessies vinden plaats en werken op een heel persoonlijke manier. Er is meer diepgang dan met flyeren, facebook en e-mail.
Pitchen en Uitwisseling
Laatste deel van de middag is gewijd aan Pitchen en uitwisseling van ideeën voor nadere samenwerking. Een aantal mensen vertelt over hun ideeën voor toekomstige programmering en met anderen in de zaal mogelijkheden voor samenwerking/coproductie e.d. uit te wisselen.
David Kweksilber and the David Kweksilber Big Band
David Kweksilber heeft compositieopdrachten gegeven voor nieuwe Nederlandse muziek voor bigband. Improvisatie speelt ook een rol. De eerste twee concerten van 2009 waren uitverkocht. Daarna was het moeilijk om deze bezetting elders te laten spelen.
In 2011 komt er een herpremiere en zoals in de traditie van de Village Vanguard in New York regelmatig (twee maandagen in de maand) in het Bimhuis. Maar Kweksilber hoopt op samenwerkingsverband want hij wil ook buiten Amsterdam. Commitment vanuit de podia is dus noodzakelijk. Er is hoopgevende onderhandeling met een sponsor en NFPK.
November Music
Bert Palincx vertelt over het festival November Music dat ook opdrachten geeft. Dit jaar zijn er vier producties van vier componisten. NM zoekt coproducenten of afnemers voor alle producties. Vooral rondom het project DAZED (muziek Giel Vleggaar). Dit is muziektheater met het VocaalLab Nederland en 4 instrumentalisten en ze komen verkoop-technisch niet uit (€ 20,000 te kort). Ook hij pleit voor meer betrokkenheid in het veld.
Hans van Eck vertelt over het Schreck Ensemble. In de laatste 10 jaar hebben zij expertise opgebouwd m.b.t. avant-garde muziek. Zij merken nu dat hun speelbeurten versnipperen. Hij pleit voor een knuffelgehalte van de elektroakoestische muziek.
Het Schreck Ensemble wil ergens staan (zoals een Schreck weekend); ze willen ook optreden om daardoor anderen te stimuleren elektronica in hun werken te gebruiken; ze willen ook voor een nieuw publiek om hun te helpen leren luisteren.
Een paar laatste opmerkingen: Gabriël Oostvogel vindt de Nederlandse ensemblecultuur geweldig, maar wij denken nog altijd in dezelfde structuur. Dat heeft te maken met subsidies en musici. Het podium moet ook zeker als merk functioneren. Qua programmering moeten zij meer trekken in plaats van duwen. En maak de muziek toegankelijker voor het publiek; zodoende is het mogelijk om verbanden te leggen en om een publiek te vergroten.
Armeno Alberts vertelt dat zijn programma Cafe Sonore tussen de 3000 à 4000 luisteraars trekt maar dat is voor de omroep niet genoeg om voort te bestaan.
Bert Palincx vindt dat Asko/Schönberg moet internationaler en alleen voor grote zalen spelen.
Ensemble 88 werkt in Heerlen nauw met het Cultuurhuis Schunk. Zij hebben 4 jaar subsidie van de provincie. Hun concerten vinden nu plaats in veel verschillende plaatsen in Heerlen, op scholen, bij de Brandweer, etc. Een koppeling maken met de architectuur in Heerlen. Zo ook krijgen ze een merknaam.
Tot slot koppelt Janneke van der Wijk terug. In elk verhaal hoort ze iets over samenwerken en het belang van netwerken. De tijd is nu rijp om een stap verder te gaan. Pak je kansen en bind je aan je stad.
De vraag aan de aanwezigen is: een convenant werkbaar? Wie wil op landelijk niveau bij elkaar komen zoals de laatste 3 debatten? Voorstel is om twee groepen te vormen; een voor de kleine podia en ensembles en een voor de grote podia en ensembles. Ook is er een voorstel om een Expert Meeting te organiseren waarin publiek en de hedendaagse muziek centraal staat.
Alle aanwezigen scharen zich achter deze voorstellen. Er zullen brainstormgroepjes gevormd worden om de voorstellen uit te werken. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij Henk Heuvelmans van MCN.
Wordt vervolgd!