De oplossing van de Hedendaagse Muziek – Debat I
6 april 2010, Spui 25, Amsterdam
Met: Inleider/moderator: Edzard Mik (schrijver)
sprekers: Micha Hamel (componist, dichter, dirigent), Sander van Maas (musicoloog), Jonas Staal (beeldend kunstenaar)
verslag: Patricia Werner
Inleiding
Op verschillende plaatsen in Nederland hebben in de afgelopen tijd debatten plaatsgevonden over de positie van de hedendaagse (gecomponeerde) muziek in Nederland. Deze richtten zich veelal op thema’s die voortvloeien uit het kunstbeleid, zoals publieksbereik, muzikale diversiteit en cultureel ondernemerschap. Het karakter van deze debatten is vaak ad hoc, het zijn eenmalige bijeenkomsten waarin met enthousiasme van gedachten wordt gewisseld maar die niet bedoeld zijn om een tot een diepere analyse te komen. Ook zijn zij doorgaans naar binnen gericht: tot de kring van rechtstreeks belanghebbenden. Deze nieuwe debatserie wil hierin verandering brengen.
De serie wil het inhoudelijk en theoretisch niveau van het gesprek over hedendaagse muziek verhogen – een gesprek dat nog teveel wordt beheerst door de materiële context waarin deze muziek opereert, en waarin weinig stemmen te horen zijn van mensen die buiten de kringen van de hedendaagse muziek opereren (maar vaak wel belangstellend zijn).
Centrale vraag in deze serie is welke betekenis de hedendaagse muziek heeft. Wat is haar positie binnen de bredere cultuur? Welke artistieke middelen hanteert zij om tot betekenis te komen? Deze thema’s en meer komen op drie avonden aan de orde:
1) De oplossing van de hedendaagse muziek
2) Hedendaags componeren – de muzikale taal
3) Hedendaagse muziek en de evenementencultuur
In zijn inleiding geeft Edzard Mik aan dat kunstenaars gedwongen worden om commerciëler te zijn; alles wordt gemeten in euro’s. De mythische aura van de kunstenaar is vervallen. Hoe moet de hedendaagse muziek geherpositioneerd worden? Het debat laat dat bepalen door de “buitenwereld”. Drie presentaties worden gegeven.
Micha Hamel stelt aan de hand van de compositie Harmonium Concerto van Martijn Padding vragen. Wat voor betekenis heeft dit stuk en welke positie kan het innemen. Dit stuk is representatief voor een succesvol werk, winnaar ‘International Rostrum of Composers’ 2009 en goed ontvangen bij pers en publiek.
Aan de hand van geluidsfragmenten en partituur (in grootbeeld vertoond) analyseert Hamel. In het kort: als de vorm op het hoogtepunt is beland, loopt het stuk vast. Op vele manieren kan Padding de vorm stilzetten. Er is veel beweging door het stuk heen wat een stasis creëert. Door de onderbrekingen (‘foute noot’) word je als luisteraar in het hier en nu geplaatst, terug in de concertzaal bij de noten en instrumenten. Herhalende motieven creëren geen ontwikkeling. Het cruciale moment voor Hamel is in het tweede deel, waar de lijnen omhoog lopen, verwachtingen oproepen en dan is er die tragische roep in de vorm van een mooi krukkig koraaltje (de stem van God ?). Maar het sublieme wordt niet gegeven. En dat is voor Hamel waar dit stuk over gaat. Martijn Padding heeft een metafysisch stuk gemaakt om antimetafysisch te eindigen. Via het harmonium wordt iets gezegd over onze tijd en hoe wij hier en nu leven.
Sander van Maas oppert dat er iets wezenlijks gebeurt in het tegenwoordige componeren en dat we ook willen kijken wat dat is. Hij begint met het vertonen van een fragment van een film van Frank Scheffer over Elliott Carter en diens ervaring als Amerikaan in Parijs als student bij Nadia Boulanger.
Het creëren van een substantie, een ingang vinden in wat componeren is en dat structureren. Wat willen wij van muziek? Iets om in te bijten. Iets wat een waardigheid heeft. De Amerikaanse invloed is belangrijk, het verlangen naar transcendentalisme en het pragmatisme (rescue ideas from absolutes) leidt tot vrijheid van ideeën. Het creëren van ‘events’ heeft ook een weerslag op het alledaagse. Transcendentale voorbeelden zijn Charles Ives, John Cage, La Monte Young. En alledaagse voorbeelden zijn Aaron Copland, John Adams. Hierna citeert hij uit een stuk (Volkskrant 16/1/09) van Kevin Whitehead over Nederlandse componisten. “Het is geen wonder dat Nederlandse componisten en improviserende muzikanten een zwak hebben voor de muziek van Charles Ives (1874-1954)… Typische Ives-hebbelijkheden als zijn voorkeur voor opzettelijke fouten (door de mangel gehaalde melodieën, ‘verkeerde’ harmonieën en amateuristische uitspattingen), anekdotische invallen (waaronder zijn handelsmerk: een gefingeerde chaos van botsende fanfares) en een vrije mengeling van Europese klassieke en Amerikaanse populaire genres, lijken een vooraankondiging van wat zich na 1960 in de Nederlandse muziek zou voordoen.”
De betekenis, diepgang en uitvoering van de muziek is een spel met de tijd, met het hier en nu.
Vervolgens heeft Van Maas het over techniek (goede noten, beheersing van het metier) en technologie (virtuositeit van componisten en uitvoerenden). Dit is niet meer de plek waar betekenis wordt geproduceerd. Als voorbeeld neemt hij Michel van der Aa onder de loep. Van der Aa doet het goed, is populair maar is hij eigenlijk een goede componist? ‘One’ is een prima voorbeeld van een multimedia werk. De dissolutie is niet meer in de partituur te vinden.
Ook Alex Ross wordt geciteerd over zijn idee van een nieuwe soort van consensus van muziek wereldwijd.
Het gaat niet over de absoluten maar over het gesprek. Wij komen dus uit bij elkaar. Het gaat niet meer over de waarde van een stuk.
Van Maas is vooral geïnteresseerd in de verhouding tot de tijd zelf waarin wij nu leven als hij naar een stuk luistert. Hij geeft aan dat kunst steeds meer over informatie dan betekenis lijkt te gaan.
Beeldend kunstenaar Jonas Staal spreekt als laatste “buitenstaander’. De enige keer dat hij Nederlandse hedendaagse muziek hoorde was tijdens de Nederlandse Muziekdagen. Hij vindt het vreemd dat die werken nooit bijvoorbeeld in liften of supermarkten te horen zijn.
Hij noemt democratisme het bijeen brengen van verschillende stromingen. Kunst vervult een rol als propaganda en staat op de politieke agenda’s. Zijn stelling is dan ‘ kunst geeft democratie een gezicht’. Het gaat precies om de vrijheid en voor een kunstenaar is de openbare ruimte de plek om democratie op te zoeken. Als voorbeeld noemt hij de straatnaamborden in de Arabische taal die hij gemaakt heeft in de Schilderswijk in Den Haag.
Staal vertelt hoe kunst in de politiek aanwezig is. Momenteel is hij curator van een tentoonstelling over het kunstbezit van de verschillende fracties. Daaruit blijkt dat de partijcollecties veel zeggen over een hun partij.
Voor Staal is muziek iets bovenzinnelijks (wat boven hem staat) en het geeft hem een andere ervaring dan de ander kunstvormen.
Op anekdotische wijze en met een muziekdoosje als voorbeeld geeft hij aan hoe hij als student toch geëngageerd werd. Wat betekent het als een bepaald beeld verschijnt?
Politiek en commercie maken gebruik van muziek . Neem bijvoorbeeld de Nokia tune, het lied Rood van de PvdA, mosquito-geluiden om mensen te verjagen (tussen de 18-24 jaar). Zulke interventie heeft een diepere betekenis voor de oorspronkelijke makers.
Hij sluit enigszins ironisch af met een mogelijk CDA Campagnelied.
Algemene Discussie met deelname van het publiek.
Micha Hamel: We zouden meer maatschappelijk geëngageerd muziek moeten maken, zoals ook beeldend kunstenaars dat doen.
Jonas Staal: er is genoeg misbruik gemaakt van bepaalde dingen van andermans kunstwerken.
Bob Zimmerman: popmuziek is zo breed geworden. Eigentijdse muziek is vernauwd tot een klein groepje. Waarom lust het grote publiek Nederlandse muziek niet en hoe komen wij daaruit?
Sander van Maas: popmuziek speelt heel goed in op het hier en nu.
Uit de zaal wordt teruggevallen op de dubbelheid van ironie. Micha Hamel antwoordt dat het een uitdaging is om lichte en frisse muziek te creëren zonder betekenis of emotionaliteit.
Uit de zaal is ook de opmerking dat hedendaagse muziek, anders dan popmuziek, erg moeilijk te vinden is op internet. Daar zou iets aan gedaan kunnen worden door beleidsmakers, rechtenbepalers, etc.
Jonas Staal: Denkt dat er een hele wereld te winnen is, maar je moet niet verwachten grote massa’s te trekken. Dat is een illusie. Hij pleit voor het vermogen om welke presentatie dan ook verder te trekken, dat elke manier om je te muziek te presenteren is er een.
Het westerse begrip van moderniteit is zoek. Laatste woord uit het publiek is van een architect: elke kunstvorm is een uitdrukking van de realiteit. Iedereen doet het op een eigen manier.
Echte conclusies zijn er nog niet uitgekomen. De serie wordt vervolgd.
Debat II : dinsdag 11 mei 2010
Aanvang: 20.00 uur
Lokatie: Spui 25