Verslag Operatie Muziektheater, een expertmeeting in het M-Lab, vrijdag 21 januari 2011

door Vincent Kouters

Een samenwerkingsovereenkomst opstellen die door bijna 60 makers en afnemers van muziektheater ondertekend zal worden, dat is het doel van de expertmeeting ‘Operatie Muziektheater’. De bijeenkomst vindt plaats in het M-Lab en het daarnaast gelegen restaurant Hotel de Goudfazant en wordt georganiseerd door het Fonds Podiumkunsten, Theater Instituut Nederland en Muziek Centrum Nederland. Het initiatief is voorafgegaan door een serie van drie openbare debatten waar een inventaris is gemaakt van de problemen waar muziektheater vandaag de dag mee kampt. De uitkomsten hiervan vormen de uitgangspunten van de discussies die deze dag plaatsvinden.

De expertmeeting wordt geopend door Koen van Dijk, directeur van het M-Lab, waar de bijeenkomst plaatsvindt. Van Dijk vertelt de aanwezige muziektheaterexperts over de unieke plek die M-Lab inneemt in het muziektheaterveld als het eerste en enige ‘off broadwaytheater’ van Nederland, waar nieuw Nederlands musicalrepertoire ontwikkeld wordt. ‘Niet groots gemonteerd, maar bescheiden en vooral: inhoudelijk interessant.’ Ter illustratie kondigt hij drie liedjes uit de ‘popsical’ Stationsstraat 169 Huis aan, een nieuwe voorstelling van M-Lab (tekst: Eva K. Mathijssen, regie: Gijs de Lange) over het wel en wee van een gezellig studentenhuis.

Nico Schaafsma, secretaris muziektheater bij het Fonds Podiumkunsten, presenteert vervolgens de Facebook- en LinkedIn-pagina’s ‘Operatie Muziektheater’ die in het leven zijn geroepen als mogelijke netwerklocaties voor het veld. Voorts vertelt hij wat de drie eerdere debatten aan knelpunten en dilemma’s binnen het hedendaagse muziektheater hebben opgeleverd. Vooral de relaties tussen makers, podia en festivals moeten worden verbeterd. De nieuwe politieke werkelijkheid geeft hiertoe ook aanleiding. Het gaat er volgens de organisatie om dat het muziektheater, net als andere theaterdisciplines, de aandacht krijgt die het verdient. Met twee nieuwe muziektheateropleidingen in Nederland erbij in 2010 en 50% meer subsidieaanvragen voor projecten bij het Fonds in 2010 ten opzichte van 2009 is dat een realistische opvatting.

Vandaag zal er een antwoord op de vrijblijvendheid binnen de sector worden geformuleerd, stelt dagvoorzitter Lex Bohlmeijer. Om vier uur deze middag moet er een document liggen dat door iedereen is ondertekend, een convenant. ‘Jullie zullen op zoek moeten gaan naar de grens tussen eigenbelang en gedeeld belang. Alleen zo kun je een intentie tot betere samenwerking uitspreken,’ zegt Bohlmeijer tegen een zaal vol makers, producten, programmeurs, theaterdirecteuren, marketeers en intermediairs uit de sector. Vervolgens kondigt hij twee sprekers aan die allebei in hun werk een artistiek en commercieel belang proberen te dienen.

Mezzosopraan Annett Andriesen, directeur van het tweejaarlijkse Internationaal Vocalisten Concours, vertelt geanimeerd over haar werk. Zij verklaart dat haar hart bij muziektheater ligt. Er is volgens haar geen hedendaagse componist die zich niet bezig houdt met muziektheater. De kwaliteitslat moet echter omhoog en potentieel publiek moet op de gedachte gebracht worden om naar een voorstelling te gaan. ‘Mensen weten veel minder dan je denkt.’ Ze oppert enkele ideeën waarvan ze uit ervaring weet dat ze werken: maak je zaal niet groter dan je publiek, speel in op de tendens dat mensen steeds vaker in de laatste minuut beslissen waar ze naar toe gaan, bijvoorbeeld door kortingen, geef lege stoelen weg aan studenten en bejaarden en maak gebruik van het Philip Frerikseffect – bekende namen in producties trekken extra publiek, dus waarom zou je het niet doen?

De musicalproducent die na haar aan het woord is, gooit het op geluk. Robin de Levita, producent van onder andere Soldaat van Oranje, meent dat maar een klein deel van het complexe productieproces rond een musical te beïnvloeden is. Het belangrijkste daarvan is het script, dat moet sowieso goed zijn. Verder is het de taak van de producent om kunst en commercie samen te brengen. Dat deed hij onder andere door een filmische trailer te maken en allesbehalve theaterscènes op tv te laten zien; dat werkt namelijk nooit. En door een ervaren toneelregisseur (Theu Boermans) erbij te halen en niet te casten op zangers, maar op acteurs. Ten slotte vertelt De Levita over de musical Spiderman in New York, waar hij ook bij betrokken was. Dat hij de mazzel had om U2 te strikken voor de muziek. Dat heeft het imago van muziektheater in Amerika zonder meer goed gedaan. Hij vreest echter voor het beeld van de musical dat in Nederland heerst, waar het genre eerder geassocieerd wordt met supermarkten en benzinestations.

Stof om mee te nemen in de vier werkgroepen die hierna in restaurant Hotel de Goudfazant zullen nadenken over elk hun eigen thema. Bohlmeijer deelt mee welke dit zijn: specialisering en samenwerking door podia, financiële haalbaarheid, marketing en publiciteit en publieksbereik. Hij wenst de aanwezigen een prettige samenwerking.

Ruim een uur praten de vier van tevoren door de organisatie samengestelde groepen onder leiding van een acteur over hun onderwerp. Elke acteur heeft een relevante casus voorbereid en legt die aan de hele tafel voor om de discussie te starten. Deze casussen zijn: een theater adopteert een gezelschap als huisgezelschap, theaters passen de partage-regeling toe, meerdere gezelschappen voeren een gezamenlijk marketingbeleid en programmeurs worden eerder betrokken bij een artistiek concept. Makers wordt verzocht zich te verplaatsen in de positie van de afnemers en afnemers moeten denken als makers. Hoewel veel van de deelnemers toch vooral vanuit hun eigen specifieke situatie blijven redeneren en hoewel de afnemers over het algemeen de problemen bij de makers situeren, terwijl deze juist een structurele verandering bij de afnemers willen zien, leiden de vier discussies toch tot min of meer helder geformuleerde conclusies, die tijdens de lunchpauze door de acteurs, de organisatie en Bohlmeijer in een concept convenant worden opgenomen.

Deze lunch vindt eveneens plaats in Hotel de Goudfazant. Deelnemers zijn zo geplaceerd dat afnemers en makers door elkaar zitten. Dit ook weer om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Ook aanwezig is mezzosopraan Gerrie de Vries die tegen het einde van de lunch abrupt opstaat en een scène begint te zingen uit I am her mouth, een productie van Muziektheater De Helling.

Terug in het M-Lab presenteert Bohlmeijer het concept convenant met afspraken, dat ontstaan is uit de conclusies van de werkgroepen. Hij vraagt de deelnemers of ze gemerkt hebben of er een gemeenschappelijk belang is bij alle aanwezige makers, afnemers en intermediairs van muziektheater. Als er niet direct antwoord komt, geeft hij het zelf: er moet meer publiek komen. Reacties hierop uit de zaal zijn: ‘Maar er is te veel aanbod’ (de afnemers) en ‘Theaters programmeren allemaal hetzelfde’ (de makers). Er wordt gesproken over specialiseren. Sommige theaters zouden zich moeten toeleggen op commerciële producties en andere op het ontwikkelen van nieuw muziektheater. Een voorbeeld is het Noord Nederlands Toneel, dat nieuwe producties uitprobeert in hun eigen huis (De Machinefabriek) en enkel de successen een seizoen later op tournee laat gaan. Bohlmeijer concludeert daarop: er moeten meer ‘huizen’ komen voor muziektheatergroepen.

Regel voor regel neemt Bohlmeijer vervolgens het document, dat op een scherm geprojecteerd wordt, door, waarna de deelnemers kunnen aangeven of ze met de genoteerde afspraken instemmen of niet. En hoe deze eventueel veranderd kunnen worden. Schaafsma en Daniella Groenberg, programmamanager bij Theater Instituut Nederland, zitten achter een laptop en reviseren live de tekst.

Punt 1 gaat over samenwerkingsverbanden en specialisering van theaters en stelt dat een 12-tal theaters verspreid over de regio’s zich zullen toeleggen op de ontwikkeling van hedendaags muziektheater. Er breekt discussie los over de regel die zegt dat makers zullen proberen hun voorstellingen in clusters van minimaal 4 aan te bieden. De aanwezige makers lijkt dit onrealistisch en de regel wordt minder specifiek gemaakt; het aantal wordt weggehaald. Eerst dienen allianties gevormd te worden, dan pas kan er geclusterd worden. Als voorbeelden worden enkele bestaande initiatieven genoemd, zoals Club Opera, DansClick en Blind Date.

Het tweede punt specificeert dat makers meer in contact dienen te treden met de marketing- en pr-medewerkers van theaters. Want, zo wordt gezegd: de makers zelf zijn de beste marketeers en verkopers van hun eigen voorstelling. Er moet vroegtijdiger worden nagedacht over het profiel en imago van de theatergroep en de voorstelling die gepresenteerd wordt.

Het laatste punt gaat over financiën en dit levert uiteraard de meeste discussie op. Vooral de regel over een partage-regeling blijkt controversieel. Volgens veel theatermakers is deze sowieso onhaalbaar in de kleine zaal. Zowel de makers als de theaters zouden erbij inschieten. Schaafsma brengt in dat een partage-regeling inhoudt dat een groep en een theater samen verantwoordelijk zullen zijn voor volle zalen, een extra prikkel voor een goede marketingcampagne.

Om vijf voor vier vraagt Bohlmeijer aan de aanwezigen wie de samenwerkingsovereenkomst niet zal ondertekenen, wie met ‘lege handen naar huis wil’. Twee deelnemers willen dat. Een daarvan noemt als reden dat ‘collectieve regisserende afspraken als deze’ ouderwets en onnodig zijn. De overige namen worden onder het document gekopieerd. Groenberg benadrukt dat het een open document is, dus dat ook niet aanwezige belanghebbenden later altijd nog kunnen ondertekenen.

De bijeenkomst wordt afgesloten met een borrel in Hotel de Goudfazant. Bohlmeijer is blij met de massale instemming met de afspraken in het convenant. ‘We hebben vandaag hard gewerkt aan een intentieverklaring, geboren uit noodzaak. Het is een goed begin.’ De organisatie vindt de getekende overeenkomst een duidelijk signaal is. Men hoopt dat het Nederlandse hedendaagse muziektheater in 2014 levendiger dan ooit zal zijn.

1 reactie

Opgeslagen onder Nieuwe Muziek en publiek

Een reactie op Verslag Operatie Muziektheater, een expertmeeting in het M-Lab, vrijdag 21 januari 2011

  1. Fantastisch dat dit wordt georganiseerd!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s